Lichaamsgericht werken in de reguliere GGZ
Ontdek waarom lichaamsgericht werken meer ruimte verdient binnen de reguliere Geestelijke Gezondheidszorg. Een diepgaande blik op de huidige stand van zaken en de onmisbare meerwaarde van deze benadering.

Lichaamsgerichte behandeling verdient meer ruimte
Ik schrijf dit vanuit twee posities. Als verpleegkundig specialist in de psychiatrie. En als lichaamsgerichte therapeut in mijn eigen praktijk. Die twee posities vullen elkaar aan. Maar ze laten me ook iets zien wat me niet loslaat: hoe vaak lichaamsgerichte behandeling nog uit beeld blijft, terwijl het zo hard nodig kan zijn.
Geen onwil, maar een systeem
Als ik eerlijk ben, denk ik niet dat het onwil is. Ik zie om me heen betrokken professionals die het beste willen voor hun cliënten. Protocollen, diagnoses en financieringsstructuren sturen ons gedrag meer aan dan dat we ons beseffen. Ze bepalen wat er tijd krijgt, wat er vergoed word en wat er telt. En ondertussen staat de client voor ons met een lichaam dat signalen afgeeft die geen enkel protocol kan vangen. Spanning die zich vastzet in de schouders. Adem die stokt.
Lichaamsgerichte methoden zoals sensorimotorische therapie en Somatic Experiencing krijgen gelukkig steeds meer erkenning. Toch blijft de toepassing in de reguliere GGZ achter bij wat de praktijk vraagt. Dat heeft niet altijd te maken met twijfel aan effectiviteit, maar opnieuw met hoe de zorg gefinancierd en geprotocolleerd is.
Binnen de GGZ zie ik soms cliënten die cognitief precies begrijpen wat er speelt maar toch ook verstrikt kunnen raken in hun oude patronen. Ze weten het. Maar ze voelen het niet. Of ze voelen het wel maar kunnen er nog niks mee. Soms is er een moment waarop de reguliere behandeling vastloopt - omdat het trauma niet in het hoofd zit, maar in het lichaam is opgeslagen. Dit inzicht, dat de fysieke en emotionele ervaring onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, wordt breed ondersteund in de wetenschappelijke literatuur.
Dan is het de vraag:
"waarom zouden we niet kiezen voor een lichaamsgerichte benadering als brug, om weer verder te komen?"

Wat ik zie in mijn eigen praktijk
In mijn eigen praktijk werk ik met mensen die soms of nooit in de GGZ zijn geweest. Ze lopen vast met zichzelf. Onlangs werkte ik met een klant via BRTT (Body Remember Trauma Therapy) - een lichaamsgerichte methode, ontwikkeld vanuit de traumabehandeling, waarbij we het lijf letterlijk laten spreken, voelen en bewegen. Ze was verbaasd en blij. Ze kreeg weer contact met haar gevoel in haar lichaam - iets wat ze kwijt was geraakt zonder precies te weten wanneer dat was gebeurd. Dat moment van herkenning is niet te vangen in een protocol. Maar het is wel precies wat sommige mensen nodig hebben om verder te komen.
Dit laat voor mij zien dat het meer een én/én is ipv óf/óf. Niet cognitieve behandeling óf lichaamsgerichte therapie, maar beide, waar dat nodig is. Als aanvulling. Als brug. Als de volgende stap die de behandeling weer op gang brengt. En juist die brug mis ik nog te vaak in het reguliere aanbod.
De crisis als opening
De GGZ staat onder enorme druk. Wachtlijsten lopen op, systemen kraken. Dat is zorgelijk, en ik wil dat zeker niet wegwuiven. Maar juist die druk brengt ook iets in beweging. Steeds meer partijen worden uitgedaagd om verder te kijken dan het vertrouwde aanbod. Er ontstaat ruimte - nieuwe ruimte. En daarmee komen meer mensen in aanraking met lichaamsgericht werk: behandelvormen die voorheen buiten het blikveld van de reguliere zorg bleven. Misschien is de crisis ook een opening. Niet ondanks de druk, maar door de druk.

Hoe we elkaar kwijtraken
Wat me ook bezighoudt is hoe we elkaar soms kwijtraken in dit alles. De client die aanklopt bij de GGZ met zijn of haar klachten. De hulpverlener die wil helpen. En daar tussenin een systeem waarin we verstrikt zijn geraakt. Het zicht op wat er echt toe doet kan daardoor verdwijnen. Niet omdat de professional het niet wil zien. Maar omdat het systeem weinig ruimte laat om te kijken voorbij de klacht, voorbij de code, voorbij de behandeldoelen die op papier moeten staan.
Hoe komen we weer dichter bij elkaar?
De ruimte daarvoor ontstaat niet vanzelf. Maar ik zie om me heen dat de druk op het systeem steeds meer mensen in beweging brengt - professionals die buiten de gebaande paden durven te kijken, naar behandelvormen die doen wat we altijd al bedoelden: mensen helpen te herstellen. Lichaam én geest. Niet het één óf het ander. Daar geloof ik in. En ik doe een beroep op mijn collega's: laten we die ruimte samen opzoeken, en van elkaar leren waar dat kan.
Liefs van Bep